Raad van Advies: armoedebeleid Curaçao schiet ondanks jaren plannen tekort

· - leestijd 1 minuut
Afbeelding

WILLEMSTAD – De aanpak van armoede op Curaçao levert ondanks jaren van plannen en maatregelen onvoldoende structurele verbetering op. Volgens de Raad van Advies wordt het probleem te vaak te beperkt benaderd. Bovendien is armoedebestrijding volgens de Raad geen vrijblijvende beleidskeuze: de overheid heeft een verantwoordelijkheid voor de bestaanszekerheid van de bevolking.


De Raad van Advies maakt armoede tot hoofdthema van zijn Jaarverslag 2025. Daarbij wijst het adviesorgaan op artikel 23 van de Staatsregeling. Daarin staat dat bestaanszekerheid, spreiding van welvaart en welzijn onderwerp van zorg van de overheid zijn.

Volgens de Raad betekent dit dat de regering zich moet inspannen om structurele armoede te verminderen. De Staten moeten erop toezien dat de regering die verplichting nakomt.

De omvang van het probleem blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek die in het jaarverslag zijn opgenomen. In 2023 leefde ruim 30 procent onder de monetaire armoedegrens. In 2011 was dat ongeveer 25 procent.

Voor alleenstaande ouders met twee kinderen lag het percentage op ruim 40 procent en voor alleenstaanden op bijna 40 procent. Ook geografisch zijn de verschillen groot: in Scharloo leefde ruim 57 procent onder de armoedegrens en in Fortuna en Paradijs ruim 53 procent. In Zeelandia was dat ongeveer drie procent en in Mahaai bijna vier procent.

De Raad benadrukt dat inkomen alleen niet voldoende zegt over armoede. Het CBS gebruikt daarom ook een multidimensionale maatstaf, waarin onder meer gezondheid, onderwijs, werk en woonomstandigheden meetellen.

Volgens die methode leefde in 2023 bijna acht procent van de bevolking in multidimensionale armoede. Dat was minder dan de ruim negen procent in 2017, maar meer dan de ruim vijf procent in 2011.

Kritisch op gevoerd beleid

In zijn eigen naschrift is de Raad kritisch over het gevoerde beleid. Armoede wordt volgens het adviesorgaan nog te vaak eenzijdig benaderd. Daardoor blijven structurele verbeteringen uit, ondanks jaren van plannen en interventies.

Ook de overheid zelf kan een drempel vormen. Ingewikkelde procedures, administratieve lasten en gebrek aan begeleiding zorgen er volgens de Raad voor dat juist kwetsbare mensen afhaken. Schaamte en slechte ervaringen met instanties kunnen bovendien leiden tot wantrouwen en sociale uitsluiting.

De overheid moet daarom niet alleen regelingen aanbieden, maar ook begrijpelijk, bereikbaar en ondersteunend zijn.

De Raad waarschuwt ten slotte dat armoedebestrijding niet mag blijven steken in onderzoeken en beleidsplannen. Wanneer mensen structureel onvoldoende toegang hebben tot basisvoorzieningen, raakt dat volgens de Raad aan fundamentele rechten.

Tijdelijke noodmaatregelen en losse projecten zijn daarom niet genoeg. Nodig is een samenhangende aanpak, gebaseerd op actuele gegevens en met de bereidheid om bestaande systemen waar nodig fundamenteel te veranderen.


221 keer gelezen

Deel dit artikel: